Heilig Vuur
Released
- April 01, 2004 (CD)
 
Label
- Barbarian Wrath (WRATH666-026)
   
Lineup
- Orlok - vocals and bass on tracks 1-12, guitars and keyboards on tracks 1-9
- Zagan - rhythm and lead guitars on tracks 10-12
- Othalaz - rhythm guitars on tracks 10-12
- Warhead - drums on tracks 10-12
   
Recorded and mixed February-March 2003 except tracks 10-12 November 1996.

YouTube Bandcamp iTunes Spotify
 
Tracklist
 
Lyrics

1. Bloed Voor Wodan

Een koude ochtend in het hoge Noorden
Duizenden zwaarden en speren reflecteren
Het weke licht van de vroege winterzon
Duizenden krijgers die slechts eer begeren

Klaar voor de kamp treedt onze leider naar voren
Hij heft een gewijde speer boven zijn hoofd
Werpt deze over de aanstormende vijand
Hun zielen nu onvoorwaardelijk aan Wodan beloofd
De strijd begint en bloed vloeit door het woud
Woeste krijgskreten richten zich tot de oorlogsgod
Onze zwaarden doorklieven de harten der vijand
Een bloedige, eervolle dood op het slagveld hun lot

chorus:
Bloed voor Wodan (4x)

In de duistere schaduwen van het Noordse woud
Slaat een eenzame figuur het slagveld gade
Zijn oog ziet dat Zijn kinderen de zege behalen
Hun vijanden worden voer voor wormen en maden

De strijd is gestreden, de zege is behaald
De buit van wapens en schilden bijeengebracht
Vervolgens verbrand ter ere van onze oorlogsgod
Een verzengend vuur verlicht de vallende nacht
De weinige vijanden die nog in leven zijn
Worden zonder genade gehangen aan bomen
Vervolgens doorstroken met de gewijde speer
Spoedig zullen de dochters van Wodan komen

chorus

2. Heilig Vuur

Eeuwen geleden baden onze voorvad'ren
Tot machtige, woeste, glorieuze Goden
Zij leefden trots met het zwaard in de hand
Nog onbekend met de woestijngeboden

Wodan schonk hen de machtige runen
Frey gaf hen vruchtbare akkers te ploegen
Donar beschermde hen tegen de reuzen
Naar geen vreemde wil lieten zij zich voegen

chorus:
Heilig vuur – het vuur van de Goden
Heilig vuur – vreet aan de geboden
Heilig vuur – verlicht onze zielen
Heilig vuur – voor hen die vielen

De Azen en Wanen wachtte een wreed lot
Toen de slaven van het kruis noordwaarts togen
Om hun 'blijde boodschap' te verspreiden
De trotse heidenen door hen voorgelogen

Uiteindelijk werden de fiere heidenen gedwongen
Het woestijngeloof te accepteren en zich te laten dopen
De Azen en Wanen zouden worden vergeten
Nadat de christenen hun tempels lieten slopen

chorus

Maar de herinnering aan de oude Goden bleef
In sprookjes, in 'mythen' en aanverwante zaken
De Goden leidden eeuwenlang een slapend bestaan
Nu is de tijd gekomen om hen te doen ontwaken

Het vreemde geloof is zwak en ziek geworden
Opnieuw weerklinken de namen der oude Goden
Zij zullen weer hun rechtmatige plaatsen innemen
En heersen over de levenden en de doden

chorus

Tempels der Azen en Wanen zullen herrijzen
Groter en glorieuzer dan in het verre verleden
Majestueuzer dan de allergrootste kerken
Duizenden jaren zullen daar weerklinken gebeden

Het geloof aan de oude Goden zal triomferen
Tijdens de Wilde Jacht zal Wodan weer rijden
Donars hamer zal weer donder ontketenen
Miljoenen zullen wederom het oude geloof belijden

chorus

3. De Brullende Stormer

Zwarte wolken aan de horizon
Donar rijdt woest door de lucht
God van donder, weer en wind
God van menige heilige klucht

Heer der eenvoudige, oprechte boeren
Zoon van Wodan, niet klein te krijgen
Immens sterk, totaal betrouwbaar
Zijn hamer brengt de reuzen tot zwijgen

chorus:
Donar – sterkste der Goden
Donar – rijdt door de wolken
Donar – doder van reuzen
Donar – held onzer volken

chorus

Beschermer der Goden en mensen gelijk
Hij geeft ons ook vruchtbare grond
Zijn rode baard symboliseert de bliksem
Dank Hem ook voor dromen die Hij zond

Zijn hamer een veelbetekenend symbool
Voor ons de tegenhanger van Christus' kruis
Wij dragen Zijn hamer zelfbewust en trots
Niet uit angst zoals het kruis van het gespuis

Donar de allersterkste der machtige Azen
Wij vertrouwen volkomen op Zijn kracht
Zijn hamer een symbool dat ons allen bindt
Wij bouwen op Hem en geloven in zijn macht

chorus (2x)

4. De Schaduw Van Het Kruis

In het verre verleden der Noordse volkeren
Leefden wij met weinig, maar waren fier en vrij
Het klimaat was hard en het land weinig gul
Maar wij kenden trots en de Goden aan ons zij

Vrij van de erfzonde, onbekend met de geboden
Leefden wij zonder schaamte, het zwaard in de hand
Wij lachten van vreugde, vochten uit kwaadheid
Wij waren eenvoudig, maar meester in eigen land

Echter op een dag kwamen de slaven van het kruis
Wij ontvingen hen gastvrij en betoonden hen respect
Maar zij spraken tegen ons met een gespleten tong
Deden zich voor als vrienden maar waren vals gebekt

Zij verleidden onze leiders met laaghartige beloften
Zij vertelden hen dat hun geloof hen van nut zou zijn
Om het volk te ketenen, het individualisme uit te roeien
De ene god zou slaven maken van de volken van de Rijn

Onze leiders werden corrupt en lieten zich verleiden
Dit woestijngeloof te gebruiken om het volk te knechten
Zij wendden zich af van de Azen en de Wanen
Om de strijd in het voordeel van het kruis te beslechten

Mannen en vrouwen met pure harten boden weerstand
Maar de schaduw van het kruis bleek niet te overwinnen
Ons volk geknecht, gemaakt tot slaaf van de geboden
Schuldig werden wij nu geboren, onheilig van zinnen

Eeuwen lang hebben wij als slaven van het kruis bestaan
Maar wederom zullen de Goden welkom zijn in onze hallen
Eens te meer worden wij belaagd door een vreemde god
Ditmaal zullen de knechten van de woestijnprofeet vallen

Deze keer zien wij de onheilsbrengers voor wat zij zijn
Dienaren van de kruisgod met enkel een andere naam
Slaven van de ene god zelfs wier adem leugenachtig is
Verenigd onder het oog van Wodan zullen wij hen verslaan

Wij zullen weer vrij zijn en onze ware Goden eren
Wij zullen de woestijnreligies voor altijd afzweren
Wij zullen Jahweh's slaven van hun hoogmoed beroven
Wij zullen desnoods sterven voor wat wij geloven

5. De Wilde Jacht

Rijdt . . .

Rijdt . . .

De oerstorm zal komen, Ekhart waarschuwt
De ganse nacht zal de storm razen eer hij luwt
Stilte voor de storm, onheilspellende rust
Bange kinderen worden door ouders gesust
De heiden trekt zich wijs terug in zijn huis
De christen drijft spot met het naderend geruis
Maar Latijnse spreuken bieden geen soelaas
Tegen het machtige, woeste, heidense geraas

Een wilde werveling in de duistere nacht
Wodan rijdt aan het hoofd van de Wilde Jacht
Zijn achtbenig paard raast door de wolken
Ziet hoe woeste horden de lucht bevolken

chorus:
Wodan rijdt – de Wilde Jacht
Wodan rijdt – gehuil in de nacht
Wodan rijdt – de christen beeft
Wodan rijdt – het verleden herleeft

Dolende zielen volgen Wodan in de lucht
Blaffende honden zorgen voor veel gerucht
Dienaren der kruisgod worden meegesleurd
Hun heer machteloos, hun leven verbeurd

chorus

De storm vernietigt mens en dier, have en goed
De onnozele spottenden betalen met hun bloed
Maar de heiden heeft verstandig respect voor de wind
En wederom is de Zegevader hem goed gezind

chorus (2x)

6. Drakendoder

Siegfried de Walsing, Siegmund's zoon
Afstammeling van de Verschrikkelijke zelf
Geboren na de glorieuze dood zijner vader
Werd hij geadopteerd door koning Elf

Dwerg Regin bracht de jonge edelman groot
Hij smeedde opnieuw het gebroken zwaard
De dwerg bracht Siegfried al zijn kennis bij
Wodan zelve gaf hem Grani tot paard

Reeds jong wist hij dat hij slechts kort zou leven
Maar zijn volk zou eeuwenlang zijn daden eren
Volwassen wreekte hij eerst zijn vaders dood
Alvorens zich tot zijn lotsbestemming te keren

Met Regin samen reed hij naar de heuvel
Waar Fadmir het goud van de Rijn lag te bewaken
Een eenogige vreemdeling gaf Siegfried raad
Om de draak te verslaan mocht hij niet verzaken

Hij velde het ondier met het zwaard van Wodan
En bemachtigde de grote schat van de Rijn
Het was een glorieuze zege voor de jonge krijger
Maar het goud zou hem tenslotte noodlottig zijn

7. Hal Der Gevallenen

Mijn ontzielde lichaam op een schip
Mijn trouwe zwaard ligt op mijn borst
Slavinnen wenend naast mijn lijk
Mijn getrouwen tezamen in de ochtendvorst

Mijn schip gaat nog eenmaal de zee op
Spoedig is het lange dier in vlammen gehuld
Mijn laatste reis naar de andere wereld
Mijn verwachtingen zullen worden vervuld

Een ziel ontstijgt een levenloos lichaam
Wodans dochters voeren mij naar boven
Door één der 540 poorten treed ik binnen
In de Hal Der Gevallenen die in Alvader geloven

Gouden schilden en glanzende speren
Overvloedig vlees en mede wachten mij
Dichters bezingen mijn glorieuze daden
Ik neem mijn plaats in aan Wodans zij

Hal Der Gevallenen (5x)

8. Stemmen In Het Woud

instrumental

9. Schemering Der Goden

Uit het Oosten – zal komen het kwaad
Afgrijschlijke monsters – uit Loki's zaad
Vreeschlijk lijden – een wereld vol doden
Het einde der tijden – het sterven der Goden

Broedertwisten tieren – verwanten zullen strijden
Bedrog en leugens heersen – al wat leeft zal lijden
De Hoorn weerklinkt – de wereldboom trilt
Schilden splijten – hoe luid de Hoorn gilt

Monsterlijke horden – Loki zal hen leiden
De hemel splijt – als reuzen rijden
Uit het Zuiden – komt Surt in vlammen
Het onheil niet langer – in te dammen

Walvader worstelt – met Fenris het beest
Hij wordt verslagen – de Hoge geeft de geest
Donar hakt in – op de Wereldslang
Beiden vallen – des beschaving's zwanenzang

De zon verslonden – de maan verdwenen
De Goden ten onder – wat rest is wenen
Een aarde in vlammen – alles is voorbij
Duisternis heerst – wie keert het tij?

10. Bloed In De Sneeuw

Oude toortsen zijn opnieuw ontstoken
Onze ketenen voor altijd gebroken
Niet langer door valse moraal geknecht
Halen wij met vuur en staal ons recht

chorus:
Bloed vloeit in de sneeuw
Hoort 't gebrul van Neêrlands leeuw
Ziet de laffe verraders beven
Beter vrij te sterven dan geknecht te leven

De slavenkoning en diens volgelingen
Zullen wij verslaan met magische ringen
Tot Wodan bidden wij andermaal
Onze zielen en zwaarden hard als staal

chorus

Door mist en regen, wind en kou
Rijden wij trots, gelaten zo grauw
Grimmig en o zo vastberaden
Ditmaal kennen wij geen genade

Donar zal ons weer beschermen
Onze vijanden zullen kermen
Onze zwaarden rood van bloed en roest
Nu gebeurt wat gebeuren moest

chorus

Het rijk van Jehovah is gevallen
Ziet de lijken van zijn vazallen
Gezuiverd is nu onze geboortegrond
Ziet de nieuwe heidense morgenstond

11. De Gift Der Goden

In tijden reeds lang vervlogen
Aanbaden wij onze ware goden
Gebroken werd de Romeinse macht
Met moed en eer, met trouw en kracht
Maar door ons koude staal verslagen
Bleven d'indringers ons belagen
Met een vals geloof en zonder gevecht
Onze voorvad'ren alsnog geknecht

Waarlijk, de godenschemering volbracht
Hamer verruild voor kruis, trots voor onmacht
Maar Hij die voor wijsheid een oog heeft gelaten
Wist dat Zijn volk hun goden zouden verlaten
En Hij die doolt wilde hen behoeden voor deze val
Dus brouwden de goden een magische gift in hun hal
Om het oude geloof diep verborgen in hun zielen te bewaren
Ook al zou de Christus heersen, vele en vele jaren

chorus:
De gift der goden
Overleefde de doden
De gift der goden
Weerstond de geboden

Talloze eeuwen gekomen en gegaan
De gift heeft barre tijden doorstaan
Geslacht op geslacht doorgegeven
De verborgen machten zullen leven
Het valse geloof teruggedrongen
Oeroude liederen wederom gezongen
Het heidense vuur zal weer branden
De tempels herrijzen in onze landen

12. Dokkum 754

Ziet het verleden en ken de toekomst
Wat eens was zal wederom zijn

Een man loopt door het woud
Zijn haar is kort, gehuld in bruine pij
Op zijn borst een houten kruis
Een vijand, een indringer, dat is hij!

Hij spreekt over een vreemde god
Hij spreekt van vrede en vergeven
Maar kapt onze Wodanseik
Bonifatius zal niet lang meer leven
Spoedig voelt d'indringer onze toorn
Een bloedige overval zonder genade
Zijn heilige boek biedt geen bescherming
Tegen onze barbaarse zwaarden

De prediker der leugens is geslagen
Met hem al zijn metgezellen
Na bloed vloeit bier, een vreugdevuur
Laat dit allen doorvertellen
Maar wee! de predikers blijven komen
Beschermd door grote troepen soldaten
Doop of dood wordt onze keuze
O! hebben de goden ons verlaten?

Al dit gebeurde lang geleden
Na meer dan 1000 jaren pijn
Zijn wij terug om af te rekenen
Wat eens was zal wederom zijn!